Tagarchief: kortverhaal

Zomaar stilte

Even geen feestjes

🇾🇪 Vandaag heb ik, oudoom Blue, een praatje gemaakt met mijn neefjes in de zon. Sprok was een beetje depressief, zoals je op de eerste foto kunt zien. Hij voelde zich slecht omdat mijn welkomstfeest eerst niet door kon gaan omdat hij uit een boom viel en zijn been brak, en nu niet door kan gaan vanwege het corona-virus dat rondgaat. Het is een beetje eng, dat virus, vinden jullie ook niet? We weten niet of kabouters en feetjes het virus kunnen krijgen, maar we gaan geen risico’s nemen. Ik zei tegen Sprok dat hij zich niet rot moet voelen. Er hoeft niet per se een feest ter ere van mij gegeven te worden, en ik heb inmiddels toch iedereen al ontmoet. Het is veel belangrijker om allemaal gezond te blijven. Gelukkig had ik een verrassing in petto om mijn beide neven op te vrolijken.

Zoals je op de andere foto’s kunt zien, heb ik ze de cadeaus gegeven die ik uit Finland heb meegenomen. Eerst liet ik ze de grote bloemen- en plantenencyclopedie zien. Ik denk dat de feetjes er erg blij mee zullen zijn.

Vervolgens liet ik ze de houten fluit zien, handgemaakt door een kaboutervriend uit Finland. Chip was verrukt. Hij vroeg me meteen om hem te leren spelen. Natuurlijk ga ik het hem leren!

Het laatste cadeau is heel bijzonder. Het is een diamant die ik zelf heb gevonden in één van de grotten die ik heb verkend. Ik liet mijn neefjes zien hoe mooi hij schittert in het zonlicht.

De diamant is een perfect cadeau voor een heel speciale gelegenheid, bijvoorbeeld wanneer een van mijn neefjes ooit met een lief kaboutermeisje trouwt en haar een mooi huwelijkscadeau wil geven. Tot die tijd bewaren we de diamant op een veilige plaats.

Sprok en Chip waren erg blij met de cadeaus. Ze kunnen niet wachten om ze aan de feetjes te laten zien.

🇬🇧 Today I, Great Uncle Blue, had a chat with my nephews in the sun. Sprok was a little depressed as you can see in the first picture. He felt bad because first my welcome home party was cancelled because he fell from a tree and broke his leg, and now they cannot throw a party because of the Corona virus that’s going around. It is a bit scary, don’t you think so? We don’t know if we gnomes and fairies can get the virus, but we are not going to take any risks. I told Sprok not to feel bad. I don’t necessarily have to have a party in my honor and I’ve met everyone already anyway. It is more important to all stay healthy. Fortunately, I had a surprise in store to cheer up both my nephews. As you can see in the other pictures I gave them the gifts that I brought from Finland. First I showed them the big flower and plant encyclopedia. I think the fairies will be very happy with it. Then I showed them the wooden flute, handmade by a gnome friend from Finland. Chip was thrilled. He immediately asked me to teach him to play. Of course I will teach him! The last gift is very special. It is a diamond that I found myself in one of the caves I explored. I showed my nephews how beautifully it shines in the sunlight. The diamond is a perfect gift for a very special occasion, for example when one of my nephews ever marries a sweet gnomegirl and wants to give her a beautiful wedding gift. Until then we will keep the diamond in a safe place. Sprok and Chip were very happy with the gifts. They can’t wait to show their fairy friends.

Schoonheid op het water

Zwaan rijst trots omhoog
Lelies rijken naar de zon
Moeder natuur lacht

De kleine helper

Vlinder zweeft op een zuchtje wind, laat zich leiden door het lokkende zoet.

Eindelijk, daar is het!

Ze rook het al van heel ver. Het maakte haar dromerig en vol van verlangen. Nu kan ze ook daadwerkelijk zien waar die heerlijke geur vandaan komt en ze raakt er helemaal door in vervoering.

Tientallen bloeiende vlinderstruiken. Wit, roze, paars. Ze zien er allemaal even aantrekkelijk uit. Het is moeilijk om te kiezen. Ze fladdert wat in het rond, gaat even zitten op één van de bloemen, steekt haar slurfje uit om te proeven van de zoete nectar en gaat dan door naar een volgende bloem.

Er zijn tientallen andere vlinders. Ze vliegen om haar heen, komen soms even naast haar zitten. Proeven van dezelfde bloem. Dat is goed. Er is genoeg voor iedereen. Sommigen lijken op haar, al vindt ze zelf natuurlijk dat zij de mooiste vleugels heeft. Fluweelzacht en onbeschadigd. Diep oranje, pikzwart en helder wit. Dat zijn haar kleuren. Ze draagt haar vleugels met trots.

Net als ze weer van bloem wil verwisselen, vangt ze iets op met haar antennes. Vlinder kijkt verward om zich heen. Zoiets raars heeft ze nog nooit opgevangen. Daar is het nog een keer! Van schrik klapt Vlinder haar vleugels dicht en draait een rondje op de bloem. Er is niets vreemds te zien. De andere vlinders zitten allemaal rustig te eten of dansen door de lucht en lijken niets gehoord te hebben. Misschien is er iets mis met haar antennes of heeft ze na haar lange reis teveel nectar ineens gegeten. Ze vliegt naar een tegenoverliggende groene struik waar ze onder een groot blad in de schaduw gaat zitten.

Dan hoort ze het weer, luid en duidelijk, en plots weet ze wat er gebeurt. Haar lijfje begint te trillen. Ze heeft wel eens gehoord van vlinders die ingezet worden als helpers, maar ze had niet gedacht dat zij daar ooit voor uitgekozen zou worden. Ze beweegt haar antennes nog eens voorzichtig om er zeker van te zijn dat ze de boodschap goed heeft verstaan en vliegt dan weg.

Niet veel later bereikt ze haar bestemming. Het is een aantrekkelijke tuin die vol staat met bloemen. Er zijn mensen. Ze zijn vrolijk. Er is een feestje. Er wordt gelachen, gegeten en gedronken. Ze fladdert in sierlijke rondjes boven de tuin. De blauwe lavendel in de border geurt sterk in de warme zomerzon. Bijna wordt ze erdoor afgeleid. Maar dan ziet ze haar. Het mens. Ze staat tussen al die andere mensen in de tuin. Het mens wat niet echt aanwezig is. Ze ziet haar gezicht. Ze ziet de lach op haar gezicht, een lach die mechanisch is, en nog voor ze de boodschapper ontdekt die naderbij komt, weet ze dat dit het mens is voor wie ze is geroepen.

De boodschapper staat nu naast het mens, kijkt naar het mens, maar het mens reageert niet. Het is te ver in gedachten om de aanwezigheid van de boodschapper te voelen.

Dit is het moment voor Vlinder om te doen waarvoor ze geroepen is. Ze vliegt naar beneden, cirkelt een klein rondje vlak voor de ogen van het mens en strijkt dan neer op haar arm.

Het mens knippert met haar ogen, haar lippen wijken een stukje uiteen.

Vlinder beweegt langzaam haar vleugels op en neer. Verschillende beelden schieten nu door haar heen. Beelden van de boodschapper en het mens in vroeger tijden. Dichtbij elkaar. Liefde is wat Vlinder voelt, heel veel liefde.

Er verschijnen nu druppels in de ogen van het mens, maar er verschijnt ook een glimlach om haar lippen, de mooiste glimlach die Vlinder ooit heeft gezien.

Het mens slaakt een diepe zucht.

Vlinder ziet hoe de glimlach de natte ogen van het mens bereikt, dan haar hart en ziel.

Enkele seconden gaan voorbij en dan is het alweer tijd voor Vlinder om te gaan. Ze heeft haar missie volbracht. De boodschapper bedankt haar en zij bedankt de boodschapper, omdat hij speciaal voor haar gekozen heeft, en terwijl het mens en de boodschapper haar allebei nakijken, fladdert ze tevreden weg.

©S. Van Deudekom

Een vogel voor de kat deel zestien ‘finale’

Een vogel voor de kat

Heb je deel vijftien al gelezen of wil je beginnen bij het begin?

‘Dat zijn ze volgens mij!’ Marie wees naar een zilvergrijs busje dat de straat in reed. De lach op haar gebruinde gezicht sprak boekdelen.
Onno kwam overeind uit zijn stoel.
Het busje stopte voor het appartementencomplex. De deur schoof open. Joris stapte als eerste uit, zoals gewoonlijk met zijn telefoon tegen zijn oor.
Grinnikend schudde Onno zijn hoofd. Sommige dingen veranderden nooit.
Joris hielp eerst Jennifer en toen Louise met uitstappen. Louise hielp Anna, die met één hand haar buik ondersteunde.
Nog drie maanden, dan zou hun tweede kleinkind geboren worden. Hij had de vliegtickets naar Nederland al klaarliggen.
‘Kijk eens hoe dik haar buik is!’ jubelde Marie. ‘Ik ga naar beneden.’ Ze drukte een innige kus op zijn lippen en verliet met een speels huppeltje het balkon.
Onno zag hoe Louise haar armen spreidde voor het blonde meisje dat al half uit het busje hing. Vol vertrouwen maakte ze een sprong en belandde met een grote zwaai op het trottoir. Helen was de laatste die uit het busje stapte.
Ieder jaar weer kwamen de kinderen rond deze tijd naar Spanje om de verjaardag van hun kleindochter te vieren. Marion werd vier dit jaar. Jeffrey zou zo trots zijn geweest. Hij ademde diep in en liet de lucht langzaam tussen zijn lippen ontsnappen.
Het was een vogel geweest. Een vogel had de dood van zijn zoon veroorzaakt. Het dier was met zo’n harde klap tegen de vooruit gevlogen, dat Jeffrey van schrik de macht over het stuur was verloren. Het was een noodlottig ongeval geweest, dat iedereen had kunnen overkomen. Er was geen schuldige. Het had echter maanden geduurd voor hij zijn verrekijker weer tegen zijn ogen had kunnen zetten zonder dat zijn blik vertroebelde. Een hele tijd had hij zelfs gedacht dat hij nooit meer zou kunnen genieten van de aanblik van een vogel.
Hij keek naar de zee en naar de krijsende meeuwen, zwevend boven de bruisende golven.
‘Opa!’ klonk het van beneden.
Zijn kleindochter stond uitbundig te zwaaien en zond hem kushandjes toe.  Lachend stuurde hij haar kushandjes terug.

Een vogel voor de kat deel dertien

Een vogel voor de kat

Heb je deel twaalf al gelezen of wil je bij het begin beginnen?

Het werd frisser en aan het licht te zien dat door de rechthoekige gaten van de uitkijkhut naar binnen viel, begon het weer te betrekken. Onno ritste zijn jas tot bovenaan dicht en trok zijn schouders op. Hij kwam hier regelmatig, maar nooit met een andere reden dan vogels te bekijken en nooit zonder zijn verrekijker. Sinds hij de hut in was geklommen had hij nog geen blik naar buiten geworpen. Voor zijn gevoel zat hij al uren tegen de houten binnenwanden aan te kijken. Het was een warboel in zijn hoofd. Hij probeerde alles op een rijtje te krijgen, maar zijn gedachten buitelden non-stop over elkaar heen. Hij kon het allemaal niet meer bevatten. Hij had zich altijd de gelukkigste man ter wereld gevoeld met Marie aan zijn zijde, maar nu bleek dat ze hem had bedrogen en hij had helemaal niets gemerkt! Hoe had hij nu niets kunnen merken! Had hij een aandeel in dit drama? Hij had altijd een drukke baan gehad en soms had dat een tol van hem geëist, waardoor hij minder tijd had gehad voor zijn gezin. Had hij haar tekort gedaan? Haar liefde als vanzelfsprekend beschouwd?
Hij begreep nu waarom ze zulke wisselende buien had gehad toen ze zwanger was van Jeffrey en ook nog een hele poos daarna. Hij had het altijd gewijd aan haar hormoonhuishouding en de moeizame zwangerschap , maar het was natuurlijk wroeging geweest. De opvoeding van Jeffrey was voor haar ook moeilijker geweest dan de opvoeding van de andere kinderen. Dat had dus helemaal niets te maken met haar leeftijd of het feit dat Jeffrey een nakomertje was geweest. Hij vroeg zich af of Jeffrey het als kind ooit had gemerkt en of dit van invloed was geweest op het verloop van zijn jonge leven. Hij liet zuchtend zijn hoofd naar beneneden hangen. Boven zijn hoofd klonk het geroffel van regendruppels op het dak, eerst zachtjes, toen steeds harder. Het geluid overstemde zijn eigen gejammer. Tranen stroomden over zijn wangen, druppels liepen uit zijn neus. Hij veegde ze weg met de mouw van zijn jas.
‘Onno.’
De bekende stem deed zijn lichaam verstarren.
‘Ik heb je overal gezocht.’
‘Je hebt me gevonden,’ antwoordde hij kil. ‘Nu kun je weer gaan.’
Fred schudde zijn paraplu uit en zette hem tegen één van de wanden. ‘Ik wil met je praten.’
Onno keek zijn vriend vernietigend aan. ‘Ik wil niet met jou praten.’
‘Laat me uitleggen wat er is gebeurd.’
‘Ik wéét wat er is gebeurd. Je hebt met mijn vrouw geslapen! Jullie hebben me allebei bedrogen en het jarenlang voor me verzwegen! Ik heb je niets te zeggen, ik wil dat je opsodemietert! Verdwijn uit mijn ogen!’
‘Nee!’
Onno sprong overeind, greep Fred bij zijn kraag en duwde hem een hoek in.
‘Sla me maar, ik heb het verdiend!’
Snuivend liet hij hem los. ‘Je bent het niet waard.’
Fred streek zijn jas glad. ‘Er is geen excuus voor wat ik heb gedaan. Ik vraag niet om vergeving. Ik vraag je enkel naar me te luisteren, omdat ik wil dat je weet dat er nooit meer is geweest tussen Marie en mij dan dat ene moment die bewuste nacht en omdat je moet weten hoe dat moment tot stand is gekomen. Dat het voor geen van ons beiden een bewuste keuze is geweest.’
Zwijgend liet Onno zich weer op de houten bank zakken.
‘Het was de avond dat Alice weer onverwachts opgenomen werd in het ziekenhuis,’ begon Fred. ‘Jij was er niet. Je was een paar dagen weg voor je werk. Kun je je dat nog herinneren?’
Toen Onno niet antwoordde ging hij verder: ‘Marie kwam naar het ziekenhuis om me te steunen. Ik zat er helemaal doorheen. Ik wist niet of ik het nog langer vol hield. Ziekenhuis in, ziekenhuis uit. Ik zag Alice steeds verder aftakelen en ik kon niets doen. Ik was boos en verdrietig. Na urenlang wachten zeiden de artsen dat ik beter naar huis kon gaan om te rusten. Marie bood me thuis een borreltje aan om een beetje tot rust te komen, maar het werden er meer dan één.’
Onno mompelde iets onverstaanbaars.
Fred negeerde hem. ‘Ik hield ontzettend veel van Alice, maar ze was niet meer de vrouw waar ik mee getrouwd was. Ik miste de passie tussen ons, seks hadden we al jaren niet meer. Alice wist dat ik daar steeds meer moeite mee had. Ze heeft zelfs gezegd dat ze het wel begreep als ik naar een prostituee zou gaan, maar seks zonder enige vorm van liefde of genegenheid was niets voor mij. Ik moest huilen toen ik dit die avond aan Marie vertelde. Ze nam me in haar armen en troostte me. Ik weet niet wat er gebeurde, maar…’
‘Ja, ho maar! Ik hoef het niet te horen.’
‘Net toen we onze kleding weer gefatsoeneerd hadden, stond Joris ineens beneden in de woonkamer.’
‘Wat? Heeft Joris jullie gezien!” riep Onno ontzet uit.
Fred schudde snel zijn hoofd. ‘Ik denk niet dat hij iets gemerkt heeft, maar we waren meteen ontnuchterd. Marie gooide me praktisch de deur uit en we hebben er niet meer over gesproken totdat ze ontdekte dat ze in verwachting was. Ze was in alle staten en heeft meerdere keren op het punt gestaan het je te vertellen. Ik heb haar daar steeds van weten te weerhouden. Ik wilde voorkomen dat Alice het te weten zou komen. Het ging alleen maar slechter met haar, ze had niet veel tijd meer. Ik wilde haar geen verdriet doen aan het einde van haar leven.’
‘Daar had je eerder bij stil moeten staan.’
‘Ja, dat weet ik.’
Onno stond op en tuurde door één van de kijkgaten naar buiten.
‘Onno, ik heb altijd traag zaad gehad, dat weet je,’ zei Fred. ‘Daarom ben ik nooit vader geworden. De kans dat Jeffrey mijn zoon is, is dus bijna nihil.’
Onno draaide zich met een ruk om. ‘En dat maakt wat jullie gedaan hebben minder erg?’
Er klonk een aanhoudend gezoem. Fred haalde zijn mobiele telefoon uit zijn zak en keek op het schermpje. Hij fronste zijn wenkbrauwen en nam op.
‘Paula?…ja…wat bedoel je…jezus…ja natuurlijk, we komen er meteen aan.’
Onno keek hem vragend aan.
‘Dat was Paula. Ze is bij Marie. Er is politie.’
‘Politie?’ Onno schudde verward zijn hoofd.
Fred duwde Onno naar de uitgang van de uitkijkhut. ‘Het gaat om Jeffrey.’

Wordt vervolgd (deel veertien)