Tagarchief: fantasie

Groepsfoto

🇾🇪 Ons mens vond dat het wel eens tijd werd voor een groepsfoto. Nu vinden wij het erg leuk om op de foto te gaan, dus we zijn een beetje doorgeslagen 😁

🇬🇧 Our human said it was time for a groupphoto. We love our picture taken, so we got a bit carried away 😁

Noelle

🇾🇪 Hallo allemaal! Het is zo leuk jullie te ontmoeten. Mijn naam is Noelle. Mijn mens gaf me die naam omdat ik een kerststerfee ben.

Ik hou echt van deze tijd van het jaar. Zodra het december is, kom ik tevoorschijn om met mijn vrienden te spelen.

Ik hou van de winter, de ijzige dagen en vallende sneeuw. Ik hou ook van mijn rood gekleurde kerstbloemen. Ze fleuren de dagen op en brengen een extra dimensie aan de beste tijd van het jaar.

Ik kijk er naar uit om mijn wintermomenten met jullie te delen.

🇬🇧 Hello everyone! It’s so nice to meet you. My name is Noelle. My human gave me that name because I am a Christmas flower fairy.

I really like this time of year. As soon as it’s December I like to come out and play with my friends. I love the winter, the frosty days and falling snow. I also love my red colored Christmas flowers. They brighten up the days and bring an extra dimension to the best time of year.

I am looking forward to share my winter moments with you.

Ik herinner mij…

Ik herinner mij dat ik als klein meisje in een hoekje van de woonkamer met mijn poppenhuis en playmobil speelde. Mijn poppenhuis had een échte deurbel en de lampjes in de kamers met ieniemienie lampenkapjes konden allemaal branden. Er stonden meubels in, die ik iedere keer weer ergens anders neerzette. Ik hield van verandering. In mijn poppenhuis woonde een gezin met kinderen en o, wat hadden die het goed! Voor het huis hadden ze een eigen speeltuin met een wip, een glijbaan en draaimolen. Er waren paarden, varkens met biggetjes en kippen met kuikentjes en natuurlijk was er een hond. Het was er echt een gezellige boel. Uren speelde ik ermee, geconcentreerd en helemaal van de wereld. Mijn moeder had geen kind aan mij.

Later stond op precies diezelfde plek mijn vaders computer, een MS-DOS, heette dat. Zo’n lelijke grote kast met floppydisks. Ik weet nog dat ik daar zo nu en dan spelletjes op deed zoals Alley Cat, een poesje wat allerlei opdrachten moest uitvoeren zonder verslonden te worden door een kwaadaardige hond of te verzuipen in een kom met vissen. Ik hoor het repeterende muziekdeuntje nog naklinken in mijn hoofd. Wat een mens al niet onthoudt aan onzin.

Maar goed, mijn poppenhuishoekje was veranderd in een computerhoekje. Ik probeerde me laatst dat moment te herinneren dat ik plotseling te oud was voor mijn poppenhuis en deze opgeruimd werd. Ik kan het me echt niet voor de geest halen. Ik vraag me af hoe ik me voelde op dat moment. Misschien maakte het niet meer uit omdat ik nu ook mijn barbiepoppen had waarmee ik speelde. Zij gingen de weide wereld in, vertoefden zomers in de tuin, zwommen in het heldere water van de vijver waar oranje goudvissen aan hun teentjes knabbelden. Tot ik ook daar te oud voor werd, spelen als een kind. Nu was ik een jong tienermeisje, dat met een dikke bruine boekentas tussen haar zwart rubberen snelbinders geklemd, iedere dag naar de middelbare school fietste, waar ik met mijn jampotglazen niet bepaalt in de smaak viel. Maar als ik van school naar huis reed en helemaal alleen was, fantaseerde ik stiekem dat mijn fiets een paard was en dat ik galoppeerde door de bossen. In mijn beleving was dat ook echt zo. Op die momenten ritselden de boombladeren in de wind, bonkten de hoeven in het zand. Ik kon het zweet van het paard ruiken. Wat was ik toen goed in visualisatie! Maar hoe ouder je wordt, hoe moeilijker het wordt. Het leven hakt erin. Geen tijd meer voor verzinsels, weg met die fantasieën, of toch niet.

Soms als ik in de stad ben en langs een speelgoedwinkel loop, ga ik naar binnen, alleen maar om te kijken naar het playmobil en de barbiepoppen. Daar is het allemaal mee begonnen, het verzinnen van verhaaltjes en later het verwoorden ervan op papier. Er zullen tijden zijn dat het moeilijker is maar verdwijnen zal het nooit, want bloed kruipt waar het niet gaan kan.