Tagarchief: creativiteit

Schoen zetten

Lief klein kaboutertje

Vorige week was ik met Hobey en Lana in de bossen, toen ik ineens een geluid hoorde. Het leek wel alsof er iemand aan het huilen was. Ik besloot op het geluid af te gaan en daar tussen de bomen trof ik bij een boomstronk een verdrietig klein kaboutertje aan.

‘O jee ojee,’ hoorde ik het kaboutertje snikken. ‘Wat moet ik nu toch doen.’

Ik knielde neer bij het kaboutertje die zo op ging in zijn verdriet dat hij me niet eens meteen opmerkte. ‘He, lief klein kaboutertje,’ zei ik. ‘Waarom moet je zo huilen?’

‘O hallo, let maar niet op mij hoor,’ snikte hij. ‘Ik ben een beetje van slag.’
‘Ja, dat zie ik,’ zei ik tegen het kaboutertje, ‘maar wat is er dan aan de hand? Waarom ben je zo van slag?’

Het kaboutertje zuchtte diep. ‘Nou het zit zo. Ik woonde samen met mijn neef in een heel gezellig boomhuis, maar nu ben ik zojuist thuis gekomen van een hele lange reis en zie ik dat onze boom is omgehakt en ik weet niet waar mijn neef gebleven is. Ik ben bang dat er iets met hem gebeurd is.” Het kaboutertje begon weer te snikken.

‘Rustig maar,’ troostte ik het kaboutertje. ‘Niet huilen. Je neef is vast in orde. Misschien heeft hij gewoon ergens anders onderdak gevonden. Kom maar, dan zal ik je helpen zoeken.

‘Zijn er misschien bepaalde plekken waar je neef naartoe kan zijn gegaan?’ vroeg ik aan het kaboutertje toen hij op mijn hand was geklommen.

“Ja,” antwoordde het kaboutertje. “Er zijn twee plekken in het bos waar we vaak overnachten als we samen een wandeltocht maken.”

‘Dan gaan we daar meteen kijken. De honden zullen ons wel helpen.’

‘Jazeker!’ zei Hobey. ‘Wij hebben een goede neus en zijn heel goed in spoorzoeken. Als iemand je neef kan opsporen zijn wij het wel!’

‘Ik ben zo blij met jullie hulp, dank jullie wel. Ik heet trouwens Sprokkeltje.’

‘Aangenaam Sprokkeltje. Ik heet Sabine en de honden heten Hobey en Lana.’

En zo gingen we met zijn vieren op pad. Sprokkeltje wees ons de weg naar de eerste plek, een omgevallen boom. Toen we daar waren aangekomen gingen we op onderzoek. We zochten overal rondom de omgevallen boom, maar zijn neef was nergens te bekennen.

‘Ik ruik hier ook geen sporen van je neef,’ zei Hobey. ‘Ik denk niet dat hij hier recentelijk geweest is. Laten we maar naar die tweede plek gaan.’

‘Zeg Sprokkeltje,’ zei Lana. ‘Welke kant moeten we nu op, dan ren ik vast vooruit.’

Sprokkeltje vertelde haar de weg en klom toen bij Hobey op zijn rug. Snel gingen we naar de tweede plek waar zijn neef zou kunnen zijn. Een ander boomhuis aan de andere kant van het bos.

Daar aangekomen stond Sprokkeltje voor een dichte deur.

‘Neef! Neef! Ben je daar?!’ riep hij, terwijl Hobey en Lana rondom de boom op zoek gingen naar sporen. ‘Ik ben het Sprokkeltje!’

Toen er niemand reageerde, begon het kaboutertje weer te snikken.

‘O jee o jee, hier is hij ook niet, misschien lag hij wel te slapen in ons boomhuis toen de boom gekapt werd. O jee o jee…’

Ik tilde Sprokkeltje op en droogde zijn traantjes. “Zo moet je niet denken Sprokkeltje. Het bos is heel groot. Hij is vast op zoek gegaan naar een andere geschikte boom om in te wonen. We zullen je neef uiteindelijk wel vinden. Tot die tijd mag je met ons mee naar huis als je dat wilt. Dan ben je in ieder geval niet zo alleen.’

Er verscheen een opgeluchte glimlach op het gezicht van Sprokkeltje toen ik hem op mijn schouder zette.

‘Dank je wel, ik vind het heel erg lief dat ik met jullie mee mag naar huis, ik voel me meteen een stuk minder eenzaam.’

‘Geen dank Sprokkeltje, we helpen je graag en weet je? Ik ken toevallig een paar feetjes die het vast heel gezellig vinden dat je een tijdje bij ons komt logeren.’

‘Dag mooi bos…dag lieve neef,’ fluisterde Sprokkeltje toen we de parkeerplaats bij het bos verlieten. ‘Ik kom gauw weer terug en dan zal ik je vinden.’

Thuis aangekomen vertelde ik Sprokkeltje dat ik hem eerst verschillende plekken zou laten zien in onze tuin waar hij de komende tijd zou kunnen logeren en dat hij zelf mocht kiezen welke plek hij het liefste ging bewonen.

Hij bekeek eerst een vogelhuisje wat momenteel leeg stond en wat hij erg leuk vond, maar het was een beetje te donker binnen omdat er maar één klein raampje in het huisje zat en dat was meteen ook de ingang.

Het tweede huisje wat hij bekeek was een ander vogelhuisje, wat eigenlijk meer een voederhuisje is. Sprokkeltje vond het een ruim huisje, maar een beetje te open. Hij kon zich daar niet goed beschermen tegen de wind en regen, en dat is de komende tijd wel hard nodig.

Toen zag hij de knotwilgen in de tuin en er verscheen een lach op zijn gezichtje. Hij klom in één van de bomen en keek naar binnen. Wat hij zag beviel hem wel.

‘Hier is het lekker knus, het heeft meerdere kamertjes en het ruikt overal naar het bos,’ zei hij toen hij binnen een kijkje ging nemen. ‘Het voelt hier bijna als thuis.’

Blij kwam hij weer naar buiten. ‘Hier wil ik zo lang wel logeren!’

‘Goed,’ zei ik. ‘Dat is dan geregeld. Dan zal ik je nu voorstellen aan de feetjes.’

“Sprokkeltje, dit zijn Herfstblaadje en Eikeltje,’ zei ik en bracht mijn hand omlaag naar het gras waar de feetjes al klaar stonden om kennis te maken.

‘Feetjes, dit is Sprokkeltje, een lief klein kaboutertje. Zorgen jullie ervoor dat hij zich hier snel thuis voelt?’

“Natuurlijk!” riepen de feetjes blij in koor. “Welkom Sprokkeltje. Leuk dat je er bent!”

En zo hadden we er weer een vriendje bij. We weten natuurlijk niet hoe lang Sprokkeltje bij ons blijft logeren, maar voorlopig kunnen we genieten van zijn gezelschap. Ondertussen blijven we zoeken naar zijn neef. Dus dat wordt vervolgd…

Ik wil bijzonder zijn

Hier is hij dan! Het eerste filmpje gemaakt met mijn seizoensfeetjes. In de hoofdrol Eikeltje en Herfstblaadje. Ik heb het met heel veel plezier, en soms wat gezonde frustratie 😉 gemaakt. Ik hoop dat jullie het leuk vinden. Veel kijkplezier en schroom niet om een reactie achter te laten. Ik ben benieuwd wat jullie ervan vinden! 🙂

Geïnspireerd door een paddenstoel

Vorige week was ik op een mooie herfstdag paddenstoelen aan het fotograferen. De vliegenzwam is mijn favoriete paddenstoel. Als ik deze in het bos spot, word ik altijd zo blij als een kind.

Terwijl ik een mooie rode paddenstoel met witte stippen fotografeerde, bedacht ik mij dat er eigenlijk nog iets bij hoorde, een kaboutertje, en dat bracht me op een idee.

Eenmaal thuis zocht ik het internet af naar kaboutertjes, maar niet zomaar kaboutertjes, ze moesten natuurlijk wel voldoen aan het beeld wat ik in mijn hoofd had, en zo kwam ik terecht op een site waar ze kleine viltpoppetjes verkopen, seizoensfeetjes wel te verstaan, voor op een zogenaamde seizoenstafel. Steeds meer mensen maken een seizoenstafel binnen. Een plekje in een kast of ergens op de vensterbank waar ze dan specifieke elementjes neerzetten aangepast op een seizoen of een bepaalde feestdag. Ouders doen dit samen met hun kinderen zodat deze de kringloop van het jaar kunnen volgen, maar daarnaast is het ook gewoon heel erg leuk, ook als je geen kinderen hebt, omdat je bewust bezig bent met de charme van ieder seizoen.

De seizoensfeetjes van Ambrosius worden handgemaakt in Roemenië. Ze zijn gemaakt van natuurlijke producten zoals vilt en wol en hebben allemaal een natuurthema.

Ik vond ze meteen helemaal geweldig, en ze waren precies wat ik zocht. Ik werd er helemaal blij van en ik besloot mezelf dan ook meteen zo’n poppetje cadeau te doen met het plan er seizoensfoto’s mee te maken en misschien nog wel iets meer dan dat.

Ik zit meteen helemaal vol met leuke ideeën! Dat geeft energie! Binnenkort ga ik aan de slag met de seizoensfeetjes en ga ik het met jullie volgers delen.


Tot snel!

Creativiteit

Creativiteit is mijn levenslust.
Toch blijf ik soms maar ronddraaien en krijg ik er geen vat op.
Misschien sta ik wel gewoon stil, is het mijn verhaal dat om míj heen draait en spelen mijn personages een spel: ‘Pak ons dan! Jij bent de enige die het kan!’ roepen ze met z’n allen. ‘Zonder jou blijven wij eeuwig dwalend!’