De heks die halloween vierde

Kijk, dit is één van mijn favoriete foto’s. Hij is gemaakt op Halloween, een paar jaar geleden. Ik vloog in mijn ruimteschip door de lucht. Nu zullen jullie je waarschijnlijk meteen afvragen: wat doet zo’n oude heks als jij in een ruimteschip, heksen vliegen toch op bezems?
Tja, ik mag dan wel een heks van de oude stempel zijn, maar heb je ooit wel eens op een bezem gezeten? Het is niet bepaald comfortabel hoor, zo’n harde stok tussen je billen. Nee, wij moderne heksen vliegen al tijden niet meer op bezems en jullie mensen maar denken dat de wereld bezocht wordt door buitenaardse wezens.
Afijn, het was een donkere en gure nacht, perfect voor het jaarlijkse horrorfeest. Normaal gesproken laten wij heksen onszelf niet vaak meer zien, maar op Halloween komen we tevoorschijn en doen we wat we het allerleukste vinden, jullie de stuipen op het lijf jagen.
Persoonlijk vind ik er geen ruk meer aan. Heksen zijn uit de mode. Niemand schrikt nog van ons. Jullie zien zoveel horrorachtige verhalen op de televisie dat een simpele oude heks zoals ik nou niet bepaald angstaanjagend meer is. Nee, pas als jullie denken allemaal afgeslacht te worden door een of andere psychopaat beginnen jullie echt te zweten. Misschien omdat dat te dicht bij de realiteit komt, tenslotte is de wereld best gewelddadig. Er lopen een hoop gekken rond. Maar goed, het had geen zin om als mezelf te verschijnen. Normaal draag ik een lange donkerpaarse jurk en zo’n hoge puntige muts en als ik geen last heb van overtollig eelt of likdoorns trek ik ook mijn zwarte puntschoenen met hakken aan. Ik mag dan oud zijn, ik mag er graag nog vrouwelijk uit zien. Ik verruilde mijn outfit voor een oude stoffige mantel met capuchon en bruine platte instappers, ik was net Magere Hein, niet bepaald elegant, maar het zat best lekker. Om indruk te maken, had ik wapens nodig. Nu ben ik in principe tegen het gebruik van wapens dus het enige wat ik in mijn ruimteschip had liggen, waren mijn toverzeisen. Twaalf stuks maar liefst en laat Magere Hein nu altijd een zeis op zak hebben!
Waar ik die dingen normaal voor gebruik? Die heb ik nodig om mijn hobby te kunnen uitoefenen. Met die toverzeisen maak ik de meest prachtige en complexe landschilderijen. Ik heb er al een heleboel prijzen mee gewonnen tot frustratie van mijn gezusters, die af en toe groen zien van jaloezie, want niet veel van hen kunnen mij evenaren. Zodra mijn toverzeisen in de buurt komen van graan, slaat het plat en zo maak ik de mooiste creaties.
Graancirkels noemen jullie ze, gemaakt door buitenaards leven … niet dus.
Die avond hadden ze in ieder geval een ander doel, mijn zeisen moesten een voorbode lijken van bloederige taferelen en de dood MWUAHAHA.
Ik speurde met mijn supersonische camera naar de perfecte slachtoffers en al gauw ontdekte ik een boerengat waar de mensen helemaal niet bezig waren met Halloween. Sterker nog, er gebeurde daar helemaal niets! Perfect! Ik schoot een paar keer met mijn ruimteschip over de boerderijen heen. Koeien begonnen te loeien, schapen begonnen te blaten, kippen kakelden en honden sloegen aan. Mensen kwamen naar buiten om te onderzoeken wat er in hemelsnaam aan de hand was. Ze tuurden naar boven en toen ik landde, stonden ze verstijfd met open mond naar mijn ruimteschip te staren, waarschijnlijk bang om ontvoerd te worden.
Ik pakte een ladder, wat even duurde want hij is nogal zwaar en mijn rug is niet meer wat hij geweest is. Zodra ze mij zagen, puilden hun ogen zowat uit hun kop en toen mijn toverzeisen dreigend door de lucht vlogen, lieten ze zich smekend op de grond vallen. Ik kon alleen maar lachen, o o wat had ik een pret.
De volgende dag stond het in alle kranten: BUITENAARDSE WEZENS VIEREN OOK HALLOWEEN.

Copyright: S. van Deudekom

De handschoenen

Tijdverspilling. Meer was het niet geweest. Hij had net zo goed thuis kunnen blijven. Dan had hij nu ook niet naar het stomme geklets hoeven luisteren. Wat een ellende. Hij was blij dat hij geen meisje was. Dat eeuwige gezwets over mode, make-up en kapsels, bah!
Hij was er mooi ingetrapt. Het had zo leuk geleken, dat winkelen, maar wat hij wilde hebben, had hij dus niet gekregen. Hij had alleen een spijkerbroek gekregen, in tegenstelling tot zijn zus die een nieuwe winterjas, lederen handschoenen en een sjaal had gescoord. Hij wilde geen eens een spijkerbroek. Hij hád een spijkerbroek. Wat kon hem het schelen dat de onderkant van de pijpen rafelde en er kale plekken op zijn knieën verschenen. Dat interesseerde hem geen donder. Die pet wel. Die had hij willen hebben.
Hij hoorde zijn zus zeggen dat ze naar het toilet moest. Ook al zo iets. Meisjes moesten altijd plassen. Nu moesten ze ook nog stoppen! Hij wilde gewoon naar huis!
Zijn moeder reed een straatje in en parkeerde de auto in een parkeerhaven vlak bij de ingang van een pizzeria. Hij keek naar het neon bordje met ‘OPEN’ in blauw-rood verlichte letters. Een oude vrouw zat bij het raam. Ze zat ineengedoken alsof ze niet gezien wilde worden. Verveeld wierp hij een blik op zijn moeder die in haar handtas rommelde.
‘Weet je het zeker?’ hoorde hij haar vragen.
‘Ja, ik voel het toch. Straks ben ik doorgelekt!’
Gadver! dacht hij. Teveel informatie!
‘Zo snel lek je niet door,’ antwoordde zijn moeder terwijl ze haar een tampon gaf. Zijn zus opende het portier. De koude wind blies naar binnen. Ze stond op en sjorde ongemakkelijk aan haar trui. ‘Zie je iets?’
Hij zuchtte. Zijn moeder stelde haar gerust en zei dat ze op moest schieten.
‘Mag ik een pizza?’ vroeg hij.
‘Nee, we gaan over een uur eten.’
‘Jezus, ik mag ook niks.’
‘Gaat dit nog steeds over die pet?’
Hij negeerde haar en keek weer naar buiten. De oude vrouw in de pizzeria zat nu met haar hoofd tegen het raam geleund. Ze had lange grijze haren. Ze zag dat hij naar haar keek. Ze lachte. Hij zag dat ze een paar tanden miste. Het leek wel een oude heks. Snel wendde hij zijn blik af.
‘Ik heb het geld niet op mijn rug groeien,’ ging zijn moeder verder.
‘Sonja krijgt wel wat ze hebben wil.’
Ze draaide zich om. ‘Sonja heeft gekregen wat ze nódig had. Haar winterjas is versleten.’
‘Ik heb een pet nodig!’ snauwde hij.
‘Dat heb je niet, je hebt al een pet.’
Hij snoof. ‘Ja, dat stomme ding.’
‘Je vindt het een stom ding omdat het geen merk heeft, maar ik ga geen zestig euro betalen voor een pet. Dan koop je hem maar van je zakgeld, en nu wil ik er niks meer over horen.’ Ze ging weer recht zitten.
Hij zag de oude vrouw naar buiten komen, gevolgd door zijn zus. De vrouw droeg een lange donkergrijze jas met daaronder sokken in sandalen. Ze draaide zich om en hield haar hand op. Zijn zus schudde haar hoofd.
‘Ik ben zo blij met mijn nieuwe jas,’ zei ze toen ze instapte.
Al snel waren de twee weer verwikkeld in een typisch vrouwengesprek.
Hij keek opzij naar de grote plastic tas, de nieuwe handschoenen staken uit de opening. Hij draaide zijn raam een stukje naar beneden en wierp een blik op zijn moeder en zus. Geen van beide merkten waar hij mee bezig was. Tevreden zakte hij een ogenblik later weer onderuit.

De oude vrouw stak met gebogen hoofd de weg over. Ze was boos. Ze hadden haar weggestuurd en het was koud buiten. Haar blik viel op de handschoenen die midden op straat lagen. Haar gezicht begon te stralen. Wat een geluk!

Copyright: S. van Deudekom

And I say goodbye…

A little while more…
And again it will disappear in infinity
Dissolve in thin air
And depart to the past
For only to live on in thoughts

And I say goodbye
As I wave to the time
Moving slowly
But oh, so fast

Everything will slowly fade
But memories remain
Broken pieces touched by tears
Watering my heart

And I say goodbye
As I wave to the time
Moving slowly
But oh, so fast

Old mistakes forgotten
For new chances to be born
Memories of precious times
Shine upon my soul

And I say goodbye
As I wave to the time
Moving slowly
But oh, so fast

A little while more…
And again it will appear from infinity
Arise out of nothing
And start with the future

Copyright 2007: Sabine van Deudekom

Mrs.S and her magical little friends

%d bloggers liken dit: