Categorie archief: The Seasonfairies and Friends

Twee kaboutertjes herenigd

🇾🇪 Sprokkeltje was heel verbaasd toen hij van het weekend ineens een pakje onderaan de knotwilg zag staan. Toen hij dichterbij kwam, was hij nog veel verbaasder. Er zat een kaartje aan met ZIJN naam erop! Ineens begon de deksel te bewegen en ging het pakje open en daar…daar was zijn neef Chip! Sprokkeltje kon het bijna niet geloven. Beide kaboutertjes waren zo blij om elkaar weer te zien. Ze hebben heel wat bij te praten samen. Ze hebben besloten om voorlopig even samen in de knotwilg te blijven wonen. Na de winter zien ze wel weer verder, en wie weet, misschien besluiten ze uiteindelijk om bij ons te blijven. Dat zou gezellig zijn!

🇬🇧 Sprokkeltje was very surprised when he saw the present that had been brought to him. He was even more surprised when the lid of the box moved and opened. You can imagine how happy he was when he saw his cousin Chip come out of the box. We are very grateful to Sinterklaas for helping us find Sprokkeltjes cousin. Now that they are together again, they have decided to stay in the pollard willow in our humans garden for a while.

Een cadeautje voor Sprok!

Op visite bij Sinterklaas

De volgende dag, na het zetten van de schoen die wij van ons mens hadden geleend, kregen Eik en ik een uitnodiging van Sinterklaas. Hij had onze brief gelezen!

Toen we gezellig bij Sinterklaas zaten, vertelde hij ons dat hij al wat van zijn helpers op pad had gestuurd om naar Sprokkeltjes neef te gaan zoeken. Natuurlijk kon hij niets concreets beloven, maar hij had er wel het volste vertrouwen in dat het goed gaat komen.

Zou dat niet fantastisch zijn?!

Schoen zetten

Lief klein kaboutertje

Vorige week was ik met Hobey en Lana in de bossen, toen ik ineens een geluid hoorde. Het leek wel alsof er iemand aan het huilen was. Ik besloot op het geluid af te gaan en daar tussen de bomen trof ik bij een boomstronk een verdrietig klein kaboutertje aan.

‘O jee ojee,’ hoorde ik het kaboutertje snikken. ‘Wat moet ik nu toch doen.’

Ik knielde neer bij het kaboutertje die zo op ging in zijn verdriet dat hij me niet eens meteen opmerkte. ‘He, lief klein kaboutertje,’ zei ik. ‘Waarom moet je zo huilen?’

‘O hallo, let maar niet op mij hoor,’ snikte hij. ‘Ik ben een beetje van slag.’
‘Ja, dat zie ik,’ zei ik tegen het kaboutertje, ‘maar wat is er dan aan de hand? Waarom ben je zo van slag?’

Het kaboutertje zuchtte diep. ‘Nou het zit zo. Ik woonde samen met mijn neef in een heel gezellig boomhuis, maar nu ben ik zojuist thuis gekomen van een hele lange reis en zie ik dat onze boom is omgehakt en ik weet niet waar mijn neef gebleven is. Ik ben bang dat er iets met hem gebeurd is.” Het kaboutertje begon weer te snikken.

‘Rustig maar,’ troostte ik het kaboutertje. ‘Niet huilen. Je neef is vast in orde. Misschien heeft hij gewoon ergens anders onderdak gevonden. Kom maar, dan zal ik je helpen zoeken.

‘Zijn er misschien bepaalde plekken waar je neef naartoe kan zijn gegaan?’ vroeg ik aan het kaboutertje toen hij op mijn hand was geklommen.

“Ja,” antwoordde het kaboutertje. “Er zijn twee plekken in het bos waar we vaak overnachten als we samen een wandeltocht maken.”

‘Dan gaan we daar meteen kijken. De honden zullen ons wel helpen.’

‘Jazeker!’ zei Hobey. ‘Wij hebben een goede neus en zijn heel goed in spoorzoeken. Als iemand je neef kan opsporen zijn wij het wel!’

‘Ik ben zo blij met jullie hulp, dank jullie wel. Ik heet trouwens Sprokkeltje.’

‘Aangenaam Sprokkeltje. Ik heet Sabine en de honden heten Hobey en Lana.’

En zo gingen we met zijn vieren op pad. Sprokkeltje wees ons de weg naar de eerste plek, een omgevallen boom. Toen we daar waren aangekomen gingen we op onderzoek. We zochten overal rondom de omgevallen boom, maar zijn neef was nergens te bekennen.

‘Ik ruik hier ook geen sporen van je neef,’ zei Hobey. ‘Ik denk niet dat hij hier recentelijk geweest is. Laten we maar naar die tweede plek gaan.’

‘Zeg Sprokkeltje,’ zei Lana. ‘Welke kant moeten we nu op, dan ren ik vast vooruit.’

Sprokkeltje vertelde haar de weg en klom toen bij Hobey op zijn rug. Snel gingen we naar de tweede plek waar zijn neef zou kunnen zijn. Een ander boomhuis aan de andere kant van het bos.

Daar aangekomen stond Sprokkeltje voor een dichte deur.

‘Neef! Neef! Ben je daar?!’ riep hij, terwijl Hobey en Lana rondom de boom op zoek gingen naar sporen. ‘Ik ben het Sprokkeltje!’

Toen er niemand reageerde, begon het kaboutertje weer te snikken.

‘O jee o jee, hier is hij ook niet, misschien lag hij wel te slapen in ons boomhuis toen de boom gekapt werd. O jee o jee…’

Ik tilde Sprokkeltje op en droogde zijn traantjes. “Zo moet je niet denken Sprokkeltje. Het bos is heel groot. Hij is vast op zoek gegaan naar een andere geschikte boom om in te wonen. We zullen je neef uiteindelijk wel vinden. Tot die tijd mag je met ons mee naar huis als je dat wilt. Dan ben je in ieder geval niet zo alleen.’

Er verscheen een opgeluchte glimlach op het gezicht van Sprokkeltje toen ik hem op mijn schouder zette.

‘Dank je wel, ik vind het heel erg lief dat ik met jullie mee mag naar huis, ik voel me meteen een stuk minder eenzaam.’

‘Geen dank Sprokkeltje, we helpen je graag en weet je? Ik ken toevallig een paar feetjes die het vast heel gezellig vinden dat je een tijdje bij ons komt logeren.’

‘Dag mooi bos…dag lieve neef,’ fluisterde Sprokkeltje toen we de parkeerplaats bij het bos verlieten. ‘Ik kom gauw weer terug en dan zal ik je vinden.’

Thuis aangekomen vertelde ik Sprokkeltje dat ik hem eerst verschillende plekken zou laten zien in onze tuin waar hij de komende tijd zou kunnen logeren en dat hij zelf mocht kiezen welke plek hij het liefste ging bewonen.

Hij bekeek eerst een vogelhuisje wat momenteel leeg stond en wat hij erg leuk vond, maar het was een beetje te donker binnen omdat er maar één klein raampje in het huisje zat en dat was meteen ook de ingang.

Het tweede huisje wat hij bekeek was een ander vogelhuisje, wat eigenlijk meer een voederhuisje is. Sprokkeltje vond het een ruim huisje, maar een beetje te open. Hij kon zich daar niet goed beschermen tegen de wind en regen, en dat is de komende tijd wel hard nodig.

Toen zag hij de knotwilgen in de tuin en er verscheen een lach op zijn gezichtje. Hij klom in één van de bomen en keek naar binnen. Wat hij zag beviel hem wel.

‘Hier is het lekker knus, het heeft meerdere kamertjes en het ruikt overal naar het bos,’ zei hij toen hij binnen een kijkje ging nemen. ‘Het voelt hier bijna als thuis.’

Blij kwam hij weer naar buiten. ‘Hier wil ik zo lang wel logeren!’

‘Goed,’ zei ik. ‘Dat is dan geregeld. Dan zal ik je nu voorstellen aan de feetjes.’

“Sprokkeltje, dit zijn Herfstblaadje en Eikeltje,’ zei ik en bracht mijn hand omlaag naar het gras waar de feetjes al klaar stonden om kennis te maken.

‘Feetjes, dit is Sprokkeltje, een lief klein kaboutertje. Zorgen jullie ervoor dat hij zich hier snel thuis voelt?’

“Natuurlijk!” riepen de feetjes blij in koor. “Welkom Sprokkeltje. Leuk dat je er bent!”

En zo hadden we er weer een vriendje bij. We weten natuurlijk niet hoe lang Sprokkeltje bij ons blijft logeren, maar voorlopig kunnen we genieten van zijn gezelschap. Ondertussen blijven we zoeken naar zijn neef. Dus dat wordt vervolgd…

Ik wil bijzonder zijn

Hier is hij dan! Het eerste filmpje gemaakt met mijn seizoensfeetjes. In de hoofdrol Eikeltje en Herfstblaadje. Ik heb het met heel veel plezier, en soms wat gezonde frustratie 😉 gemaakt. Ik hoop dat jullie het leuk vinden. Veel kijkplezier en schroom niet om een reactie achter te laten. Ik ben benieuwd wat jullie ervan vinden! 🙂